Alle onderwijsleergebieden

 INHOUDSOPGAVE

2.3.2 Alle onderwijsleergebieden

Op Maat, als sbo-school, valt onder de wet op primair onderwijs.
In de wet op het primair onderwijs staat dat het onderwijs een brede ontwikkeling van leerlingen beoogt. Dit betekent dat het onderwijs zich moet richten op de emotionele, verstandelijke en creatieve ontwikkeling van de leerlingen. Dit worden de kerndoelen genoemd.
De kerndoelen vinden we terug in de op school gebruikte methoden. Bij de keuze van de methoden zijn we o.a. uitgegaan van een geordende aanbieding en een duidelijke structurering van de leerstof, de ontwikkeling van het zelfontdekkend en probleemoplossend vermogen, de visuele ondersteuning, het aanbod van herhalings- en oefenstof en de differentiatie in verwerking.
Hieronder worden de afzonderlijke onderwijsleergebieden beschreven:

Sociaal-emotionele ontwikkeling
De sociaal-emotionele doelstelling is gericht op de ontwikkeling van de leerling als zelfstandig persoon in relatie met anderen en de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid.
Het is de taak van de school om de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen te bevorderen, om belemmeringen en het onderwijsleerproces te voorkomen of weg te nemen en om gedrags- en belevingsproblemen te voorkomen. Een grote belangrijke rol is hierin weggelegd voor de leerkracht. Verder is het belangrijk om gezamenlijk een goede sfeer te creëren in de school en in de groep (= een goed pedagogisch klimaat).
Het kind moet de school beleven als een veilige, vertrouwde omgeving waar hij/zij met plezier naar toe gaat. Orde en structuur in het dagelijks gebeuren kunnen de gevoelens van veiligheid en vertrouwdheid bevorderen. In zo’n omgeving kan een kind zich leren ontwikkelen. De leerling moet het gevoel hebben dat hij/zij geaccepteerd wordt als medemens en dat de leerkracht om de leerling geeft en wezenlijk betrokken is bij het doen en laten van de leerling.

Taal
Vrijwel alles wat kinderen doen op school heeft met taal te maken. Hierbij hoort foutloos leren schrijven, maar ook een eigen mening onder woorden brengen, luisteren naar anderen, goed kunnen formuleren. Dit noemen we de communicatieve vaardigheden.
Ter vergroting van de mondelinge taalvaardigheid nemen de kinderen deel aan kringgesprekken.
Andere onderdelen, die een belangrijke rol in ons taalonderwijs spelen zijn; het schrijven van verhalen, het maken van werkstukken in de hogere leerjaren en het houden van spreekbeurten.
In samenwerking met de logopediste wordt binnen de groepen aandacht besteed aan de mondelinge taalvaardigheid.

Lezen
In de jongste groep begint het lezen met het herkennen van letters uit b.v. hun eigen naam. Verder wordt er veel voorgelezen uit (prenten) boeken en zodoende doen ze ervaring op met de geschreven taal en de betekenis ervan.
We maken gebruik van een methode die de kinderen vanaf de laagste groepen tot en met het hoogste niveau begeleid. In de hogere groepen lezen kinderen vaak in een leesboek uit de schoolbibliotheek en/of de openbare bibliotheek van Alphen aan den Rijn.
Het doel van lezen is om de kinderen zodanig te stimuleren dat ze plezier hebben in lezen. We besteden jaarlijks aandacht aan de kinderboekenweek.
Voordrachtslezen krijgt aandacht, o.a. door boekbesprekingen. Begrijpend en studerend lezen komen ook aan bod.

Rekenen
Met begrippen als meer, minder, weinig, veel, werken de jongste leerlingen regelmatig. Daarnaast zijn ze veel bezig met ordenen, tellen en hoeveelheden in groepjes verdelen.
Het doel van rekenen is om kinderen bezig te laten zijn met het oplossen van praktische problemen die ze in het dagelijks leven tegenkomen. Dit is realistisch rekenen. De kinderen leren geen maniertjes, maar we nodigen hen uit met behulp van allerlei materiaal zelf oplossingen te bedenken. Steeds moeten de leerlingen kunnen vertellen/ laten zien wat zij gedaan hebben. Hierdoor onthouden de kinderen het beter. Dit neemt niet weg dat er ook sommen uit het hoofd geleerd moeten worden, zoals de tafels.

Schrijven
In de jongste groepen vinden veel motorische en voorbereidende schrijfoefeningen plaats: tekenen, verven, kleuren, lijf, handen en vingers soepel leren bewegen, maar ook het maken van schrijfpatronen.
Eerst schrijven de kinderen met een speciaal driekantig, triple, potlood. Als kinderen daar aan toe zijn, krijgen ze een vulpen van school. Bij verlies of beschadiging moet een nieuwe vulpen betaald worden. De kosten zijn vermeld in de bijlage schoolgids.
Een vulpen is een prima middel om krampachtig schrijven te voorkomen. Wij leren de kinderen licht hellend schrijven, omdat dit de beste manier is om een vloeiend handschrift te ontwikkelen. In een uitzonderingsgeval, bijvoorbeeld bij motorische problemen wordt, in plaats van het verbonden schrift, het blokschrift aangeleerd. Uiteraard wordt dit met de ouders besproken.
In de hoogste groepen ontwikkelen de kinderen hun eigen handschrift en oefenen ze ook het blokschrift. In het gewone werk verlangen we dat de kinderen aan elkaar blijven schrijven.

Wereldoriëntatie
Wereldoriëntatie is binnen onze school een belangrijke schakel voor kinderen om hun omgeving beter te leren kennen. Soms gebeurt dat in aparte vakken aan de hand van onze methoden, maar vaak ook door middel van klassengesprekken, spreekbeurten, schooltelevisie, maken van werkstukken etc.
Er wordt ook gebruik gemaakt van leskisten van de Milieu Educatieve Dienst.
Tijdens het vak aardrijkskunde maken de kinderen kennis met de inrichting van Nederland, Europa en de werelddelen en leren hoe mensen er leven.
De kinderen leren over de geschiedenis van ons land. Het sociale aspect staat centraal: hoe leven mensen ergens anders en hoe leefden ze vroeger en wat kunnen wij voor ons leven daarvan leren. Bij het natuuronderwijs staat vooral de directe leefomgeving centraal.
De kinderen van de hoogste groepen nemen deel aan het landelijk theoretisch en het plaatselijk georganiseerde praktisch verkeersexamen.

Engels
In de hoogste groepen wordt engels gegeven. Het gaat hierbij om een eerste kennismaking. De nadruk ligt op spreken en luisteren rond een bepaald thema. De thema’s sluiten aan op alledaagse situaties en onderwerpen.

Creatieve vakken
Bij handvaardigheid en tekenen gaat het er om dat kinderen de durf om zich beeldend te uiten verder ontwikkelen. Mede door het bespreken van de resultaten ontwikkelen de kinderen geleidelijk hun creativiteit en fantasie. We proberen hen met zoveel mogelijk materialen en technieken in aanraking te brengen. Aandacht is er voor de technische vaardigheid, de creativiteit en de afwerking.
Bij muziek komen naast het zingen, bewegen op muziek en luisteren naar muziek aan bod.
Bij dramatische expressie worden veelal dieren, mensen of dingen uitgebeeld. Daarnaast worden bepaalde aspecten van drama belicht zoals b.v. mimiek / spreken.

Bewegingsonderwijs
Dit vak wordt tenminste één keer per week gegeven door vakleerkrachten. Het komt ook voor dat de eigen juf of meester bewegingsonderwijs geeft als de vakleerkracht afwezig is. Indien nodig wordt er motorische remedial teaching gegeven.

Tussen de lessen door worden in de groep ook bewegingsoefeningen gedaan. Doel hiervan is om afwisseling te brengen in het lesprogramma en de concentratie te bevorderen.

Computeronderwijs
Computers zijn niet meer weg te denken uit de maatschappij. Het is mede daarom dat wij vinden dat computers in ons onderwijs een vanzelfsprekende plaats innemen. Iedere groep beschikt over minimaal 1 à 2 computers, die bij vakken als lezen, rekenen, taal en wereldoriëntatie worden ingezet. We hebben programma’s om basisvaardigheden verder te stimuleren en te automatiseren. De computers zijn dagelijks in gebruik, zowel bij de jongste als de oudste kinderen.
Er is tevens een computerlokaal, waar de mogelijkheid bestaat om met de hele groep aan de slag te gaan.

Burgerschap
De relatie burger en samenleving staat volop in de belangstelling. Het is belangrijk dat leerlingen worden uitgedaagd om na te denken over hun rol als burger in de Nederlandse samenleving. Het gaat om zelfstandig verantwoordelijkheid nemen door leerlingen voor gemeenschapsbelangen binnen of buiten de school. Actief Burgerschap moedigt leerlingen aan meer verantwoordelijkheid te nemen in hun omgeving. In de school is dit terug te zien in de omgang met elkaar, maar ook doordat er activiteiten worden georganiseerd voor een goed doel, leerlingen helpen bij informatie- of ouderavonden en er worden regelmatig activiteiten door leerlingen geëvalueerd.

Zwemmen
De groepen waarin leerlingen zitten tot 8 jaar (de onderbouwgroepen) zullen deelnemen aan het schoolzwemmen. Van de ouders wordt een bijdrage in de kosten gevraagd. Onder dezelfde condities worden de leerlingen die ouder dan acht jaar zijn en in de BB1 zitten en nog geen A-diploma hebben, alsnog in de gelegenheid gesteld in de eerste helft van het schooljaar het A-diploma te halen. Is dit niet gelukt dan volgt er verlenging tot einde schooljaar. Het schoolzwemmen wordt georganiseerd door het Sportspectrum en vindt plaats in zwembad “De Hoorn”.

 

INHOUDSOPGAVE

Zoeken
Inloggen